literaire concerten: dAdA! Beethoven…

 Terra Nova Antwerpen & Kurt Van Eeghem presenteren dAdA! Beethoven…

Dadaïstisch literair concert waarin de poëzie van Van Ostaijen wordt geconfronteerd met de muziek van Van Beethoven. Het geheel wordt geïntegreerd door een nieuwe compositie van Wouter Lenaerts waardoor deze voorstelling een typisch dadaïstische collagekarakter en muzikale cross-oversfeer krijgt.

Verrassende confrontatie?

Dit programma herinnert aan een situatie die een eeuw geleden plaatsvond in het muzieklandschap: componisten als Max Bruch en Camille Saint-Saëns die hardnekkig bleven vasthouden aan het 19de-eeuwse compositie-idioom terwijl modernisten als Stravinsky en Schönberg de Europese scène op hun kop zetten door onder meer het uitvinden van de atonale muziek.

De periodes waarin Beethovens werk en Van Ostaijens werk tot stand kwamen zijn in de geschiedenis als keerpunten gebrandmerkt.

In deze voorstelling staan beide figuren symbool voor hun tijd en kunstfilosofie. Terwijl Kurt Van Eeghem ons wegwijs maakt in een van de boeiendste periodes uit de geschiedenis door in de rol te kruipen van Paul Van Ostaijen.

credits

Concept: Vlad Weverbergh en Kurt Van Eeghem
Muziek: Wouter Lenaerts, Ludwig Van Beethoven & Edoard Mesens
Tekst: Paul Van Ostaijen en Kurt Van Eeghem

Onderzoeksluik

Historische Context

De confrontatie in dit concertprogramma van een alom bekend meesterwerk uit de 19de eeuw, een van de hoogtepunten van de gevestigde waarden van onze westerse muziek, naast een poëzie met dadaïstische geur uit het begin van de 20ste eeuw, zal het publiek als een unieke vondst ervaren, te meer omdat het werk van Paul van Ostaijen verrassend veel gelijkenissen vertoont met het reilen en zeilen van de wereld van vandaag.

De periodes waarin Beethovens werk en Van Ostaijens werk tot stand kwamen zijn in de geschiedenis als keerpunten gebrandmerkt. Toen Beethoven negentien was, vatte met de val van de Bastille in 1789 de Franse revolutie aan. Het uitbreken daarvan keerde zich tegen de adellijke overheersing van het ‘ancien régime’, de barokke samenstelling van de maatschappij en haar geestelijke ondergrond. 

Het Europese staatssysteem werd ontwricht en samen met de industriële revolutie vormde zij de inleiding tot structurele wijzigingen op het gebied van de maatschappij, economie, rechtspraak en kunstbeleving. Beethoven had aanvankelijk met enthousiasme de Nieuwe Tijden ervaren en droeg in 1803 zijn derde symfonie Eroïca aan Napoleon op. Maar toen hij in 1804 hoorde dat Napoleon zich tot keizer had laten uitroepen, kraste hij de naam van Napoleon zo heftig van het titelblad dat op die plek een gat achterbleef.

Beethovens Septet, opus 20, voor klarinet, hoorn, fagot, viool, altviool, cello en contrabas, 5 werd voor het eerst uitgevoerd op 2 april 1800 in het National-Hof-Theater in Wenen. Op het programma stonden verder zijn 1ste Symfonie en het Pianoconcert nr. 1 Op. 15. Het was de eerste keer dat werken van Beethoven voor een groot publiek werden uitgevoerd. En vooral het Septet werd bijzonder populair. Toen in 1995 voor de verfilming van Jane Austins boek Pride and Prejudice uit 1813, waarin een kleine stad aan het begin van de negen- tiende eeuw wordt geschilderd, met muziek verlevendigd moest worden, ging de realisator op zoek naar de in die tijd moderne en populaire muziek. De keuze viel op het Septet van Beethoven dat toen bijzonder geliefd was.

De golf van revolutionaire onrust na het einde van W.O. I is voldoende bekend opdat wij er hier niet verder zouden op ingaan. In ons cultureel geheugen is eveneens de omvang genesteld van de ingrijpende veranderingen in de artistieke opvattingen die sinds de aanvang van de eeuwwisseling de kunst in al haar uitingen van elke kunstrichting laten ver- schillen van alles wat voorafging. In dit klimaat woonde Antwerpenaar Paul van Ostaijen van 1918 tot 1921 in de Wilhelmstrasse in Berlijn. Hij was vanuit zijn venster getuige van de revolutionaire onrust die zich manifesteerde met massale stakingen en massale betogingen waaraan de reactionair-nationalistische milities onder leiding van Gustav Noske met extreem geweld een einde probeerden te maken. Wat zich eveneens in zijn straat afspeel- de was een van de eerste publieke manifestaties van de dadaïsten, de nieuwste en radicale stroming in de artistieke avant-garde.